Landstede Groep

Visie

De Feuersteinmethodiek is niet zozeer een leermethode, als wel een methode om het leren zelf onder de knie te krijgen. Feuerstein gaat ervan uit dat mensen onbeperkt kunnen leren. ‘Denk in kansen in plaats van in beperkingen’ is het motto van de professor.

Alle mensen hebben uitdagingen nodig om te leren. De taken en de verwachtingen die je stelt moeten altijd boven het huidige niveau zijn. De hersenen reageren positief op die cognitieve stimulering. Je maakt gebruik van de capaciteit die de hersenen hebben. Als de opdracht te eenvoudig is, wordt het denken niet gestimuleerd. Waarbij de aanwezigheid van mensen in de omgeving die uitdagingen bieden en ondersteunen, zeer belangrijk is.

Geloof in verandering maakt het onmogelijke mogelijk. Zoals een Feuersteinmedewerkster het eens beeldend vertelde: “Twee kikkers vallen in een gat. De andere kikkers staan aan de rand te schreeuwen en te gebaren van moedeloze wanhoop en verdriet. De twee kikkers proberen eruit te springen. Kikker 1 hoort de anderen, raakt gedemotiveerd, springt niet hoog genoeg en gaat dood. Kikker 2 springt uit alle macht steeds hoger en komt er uit. Wat maakte dat het kikker 2 wel lukte? Hij was doof en dacht dat ze hem stonden aan te moedigen….” Mensen die kennis maken met de theorie van Feuerstein gaan meer letten op kansen in plaats van beperkingen. En dat kan een flinke ommezwaai betekenen in hun houding, Het werk van Feuerstein is toepasbaar voor een hele brede doelgroep: kinderen, jongeren en volwassenen in school-, werk- en thuissituaties. De methode kenmerkt zich door mediatie en het uitgangspunt van structurele, cognitieve modificeerbaarheid.

Het concept intelligentie
Grote groepen mensen gaan ervan uit dat het functioneren van een persoon voortkomt uit erfelijke aanleg. Intelligentie is in de ogen van deze mensen iets wat je wel of niet hebt, en stabiel meetbaar. Wordt bij een kind een laag IQ gemeten, dan is achterstand het onvermijdelijke gevolg: het kind kan niet beter. De omgeving moet worden aangepast zodat het kind zo ‘gelukkig’ mogelijk kan leven. Want stel je te hoge eisen dan raakt het kind gefrustreerd. Gevolg van een aangepaste omgeving zonder uitdagingen en prikkels is echter dat er geen verbetering in het prestatieniveau zal ontstaan. In Feuersteins visie is intelligentie juist niet iets onveranderbaars en mechanisch. Maar wat is het dan wel?

Een voorbeeld. De op een onbewoond eiland gestrande Robinson Crusoe en een eekhoorn kampen beide met het probleem van ‘overleven’ tijdens de winter. De (instinctieve) oplossing van de eekhoorn is dat hij niet alle beukennootjes meteen opeet, maar een deel bewaart, waarmee hij de winter door kan. Robinson Crusoe heeft een zakje met graan, waarvan hij brood kan bakken. Daarmee zou hij kunnen voorzien in zijn behoefte aan voedsel maar hij denkt verder en zaait, zodat hij na verloop van tijd nog steeds te eten heeft. De eerste oogst doet Robinson nog met zijn handen, bij de tweede oogst zorgt hij dat hij hulpmiddelen heeft ontwikkeld, waarmee het sneller en beter gaat. Anders dan een dier past de mens zich aan zijn omstandigheden aan, hij leert vanuit de situatie. Ooit een eekhoorn gezien die met een hark beukennootjes sneller weet te verzamelen?

Dit concept van intelligentie, als een zichzelf versterkend systeem met oneindige mogelijkheden, is het concept dat Feuerstein hanteert. Elke nieuwe situatie leidt tot een aanpassing die weer leidt tot een nieuwe aanpassing, die weer leidt tot… enzovoort: zolang er maar uitdagingen in onze omgeving zijn, leiden die tot ontwikkeling. En die ontwikkelingen gaan niet alleen door op dezelfde lijn, maar verbreden zich ook steeds. Als de kringen in het wateroppervlak als je er een steentje in hebt gegooid. Wij komen in ons leven telkens nieuwe situaties tegen waaraan we ons moeten aanpassen. En door deze aanpassingen ontwikkelen wij ons verder.

Structurele cognitieve modificeerbaarheid
Feuerstein heeft zijn theorie ‘De Theorie van de Structurele Cognitieve Modificeerbaarheid’ genoemd.
‘Modificeerbaarheid’ is de term die wordt gebruikt als tegenstelling tot intelligentie: Feuerstein gaat uit van de mogelijkheden die elk mens heeft om zich te ontwikkelen. ‘Cognitief’ verwijst naar de invalshoek die gekozen is: de leerling wordt benaderd via het ‘denken’, via de cognitie. Het ‘voelen’ wordt daarbij telkens als andere kant van een medaille meegenomen. Het begrip ‘structureel’ verwijst naar de ‘blijvende’ verandering die Feuerstein graag teweeg wil brengen.

Mediatie
Nu moest Robinson Crusoe alles zelf uitvinden. Maar wat zou er gebeurd zijn als een oude, wijze oom hem had kunnen begeleiden? Deze oom, laten we hem oom Tom noemen, had Robinson kunnen leren ‘overleven’. Oom Tom zou zijn aandacht hebben gefocust, hem op dingen hebben gewezen, hem hulpmiddelen hebben aangereikt. En zeer waarschijnlijk was de ontwikkeling dan aanzienlijk sneller gegaan. Direct en alleen leren is goed, maar niet voldoende. Het leren met behulp van een ‘vertaler’ zoals oom Tom van Robinson – is ook noodzakelijk. Oom Tom vangt gegevens uit de omgeving op, vormt en ordent ze en geeft ze een plaats in een kader. Hij past ze aan de les aan die hij Robinson wil leren en aan het niveau dat Robinson met wat inspanning aankan. De gegevens worden als het ware voor Robinson vertaald. In dit geval is er sprake van mediatie. Oom Tom is de mediator. En het proces noemen we de gemedieerde leerervaring ofwel MLE (Mediated Learning Experience). Mediatie dient aan drie voorwaarden te voldoen: bedoeling en wederkerigheid, overstijging (dus het geleerde is niet alleen ten behoeve van de mediatie maar ter ontwikkeling van kennis of een vaardigheid) en betekenis (zoeken naar de waarde, naar het diepere).